Dido & Aeneas

 

DIDO&AENEAS

Ooit was Dido samen met haar man gevlucht uit Tyrus om vervolgens te stranden op de kust van Noord-Afrika. De lokale bevolking stond haar toe om een stuk grond in te nemen zo groot als zij met een runderhuid kon omspannen. De slimme Dido sneed een huid in smalle repen en wist daarmee genoeg grond te veroveren om Carthago te stichten, een stad die zeer welvarend werd. Dit is Dido: slim, ondernemend, gewiekst, een koningin die wordt aanbeden door de bevolking.

En dan overlijdt plotseling haar man. Volledig ontredderd blijft Dido achter. Ze heeft geen oog meer voor de wereld om haar heen. Wie kan haar nog helpen? Dido zelf raakt stuurloos en onttrekt zich aan alle verantwoordelijkheden van het koningschap.

Hier begint ons verhaal van de voorstelling. En nu denkt u misschien: “wat een start, van wat een ontspannen avondje uit moet zijn”. Maar dat is nog niets bij wat Aeneas te wachten staat. De Trojaanse held is met zijn schip net aangekomen in Carthago en hij is erg gecharmeerd van de mooie – maar depri – Dido.

Op papier is het een ideale match. Zij: een koningin zonder man, maar wel met een leuk koninkrijkje. Hij: een Trojaanse held op de vlucht, op zoek naar een plek om een koninkrijk te stichten, en zeker niet onverschillig ten opzichte van mooie vrouwen. Maar na een lange zeereis is het voor hem wel weer even wennen om in de buurt van een dame te zijn. En zij is nog niet over het verlies van haar man heen.

Er is veel werk aan de winkel…

Gelukkig is er hulp aan het front: Belinda, de vertrouwelinge van Dido, en de andere hofdames is er alles aan gelegen om te zorgen dat hun koningin weer de oude wordt. Het is hoog tijd dat er weer wat gelachen wordt aan het hof. En Carthago heeft haar koningin nodig.

Niet iedereen zit daar op te wachten. Pygmalion, de broer van Dido, heeft voor haar de honneurs waargenomen toen ze zich terugtrok uit het openbare leven. En niet bepaald met tegenzin overigens. Zijn machtsspel zet de bevolking onder druk. En Mercurius en twee adjudanten steken verder nog wel een stokje voor de koninklijke romance.  Een heer van stand maakt tenslotte zijn eigen handen niet vuil.